Wat kunt u doen als professional? 

Als professional kunt u helpen stress te verminderen en ernstige en langdurige stressklachten helpen voorkomen. 

  1. vergroot draagkracht, verminder stress
  2. bevorder emotionele steun
  3. denk aan de familie

Beoordeel na ABC...DEF

D - Draagkracht

1 Vergroot het gevoel van controle

  • Zorg dat het kind begrijpt wat er gaat gebeuren
  • Bied inspraak in wat er gaat gebeuren. Zeg bijvoorbeeld ‘tel maar tot drie, dan komt de prik’

2 Beoordeel en behandel pijn 

  • Maak gebruik van het bestaande pijnprotocol 
  • Vraag naar huidige pijn: ‘heb je momenteel pijn?’ En naar ergste pijn: ‘Wanneer heb je de ergste pijn gehad?’
  • Zorg zo nodig voor controle over pijnmedicatie

3 Geef uitleg 

  • Gebruik eenvoudige woorden
  • Geef vooral feitelijke informatie, herhaal dit, en vraag het kind de uitleg te herhalen
  • Spreek het kind aan op zijn of haar leeftijdsniveau 
  • Onthoud dat kinderen informatie vaak letterlijk opvatten. Bijvoorbeeld ‘Je krijgt zo een slangetje in je hand’ kan begrepen worden als ‘Een slang? Is dat niet gevaarlijk?’

4 Vraag naar angsten en zorgen

  • Maak zorgen bespreekbaar en zeg bijvoorbeeld ‘Sommige kinderen zijn bang in het ziekenhuis. Ben jij ook wel eens bang of maak je je wel eens zorgen?’ ‘Waar maak je je vooral zorgen om?’ 

5 Geef geruststelling en hoop, maar blijf realistisch 

  • Vertel het kind dat er veel gedaan wordt om het kind weer beter te maken
  • Geef aan dat er een goed team klaarstaat om het kind te helpen
  • Doe geen beloftes die je niet waar kunt maken
E - Emotionele steun

1 Stimuleer aanwezigheid van ouders

  • Moedig ouders aan om aanwezig te zijn en voor afleiding te zorgen. Geef suggesties voor activiteiten, zoals een boek lezen, een spelletje doen of naar de speelkamer gaan
  • Geef aan dat het belangrijk is dat ouders met het kind  praten over bijvoorbeeld zorgen, gevoelens of verwachtingen van het kind

2 Help ouders hun kind gerust te stellen 

  • Geef ouders voldoende informatie zodat zij het kind kunnen uitleggen wat er gebeurt 
  • Moedig ouders aan de gebruikelijke manieren toe te passen om hun kind te troosten en op zijn gemak te stellen. Vraag bijvoorbeeld ‘Wat helpt uw kind als het angstig of bang is?’
  • Geef tips om te helpen bij medische procedures. Zeg bijvoorbeeld ‘U kunt haar hand vasthouden en helpen fantaseren over een leuke plek tijdens een prik’

3 Benadruk het belang van sociale steun 

  • Stimuleer contact met klasgenoten, vrienden en leraren (brieven, telefoontjes, mail, chat) 
  • Moedig aan het verhaal aan anderen te vertellen. Foto’s kunnen daarbij helpen.
F - Familie

1 Adviseer ouders om ook voor zichzelf te zorgen

  • Adviseer ouders te rusten en te ontspannen (slapen, eten, wandelen, lezen, ed. ). Al is het maar voor even. Vraag bijvoorbeeld ‘Lukt het u voldoende te slapen?’

2 Denk aan ondersteuning voor ouders

  • Ga na of ouders gebruik maken van hun sociale netwerk? Vraag bijvoorbeeld ‘Bij wie kunnen jullie normaal gesproken terecht voor hulp? Zijn zij op de hoogte van de situatie?’
  • Beoordeel of ouders veel stress ervaren en overweeg doorverwijzing. 

3 Bied duidelijkheid en structuur

  • Benoem ook aan ouders wat u doet tijdens procedures. Dit kan kort. ‘We kijken even naar de monitor’
  • Betrek ouders bij de zorg. Dit vergroot het gevoel van controle en leidt uiteindelijk tot minder vragen
  • Plan elke week een vast overlegmoment met het gezin en zorg voor een vast aanspreekpunt.  

4 Ga na of er andere behoeften zijn (naast de medische)

  • ‘Heeft u nog andere zorgen (geld, onderdak, etc.) die de situatie op dit moment extra zwaar maken?’
  • Vraag ook na hoe het gaat met broers en zussen
  • Verwijs zo nodig door naar een psychosociaal medewerker 

 

Na ABC...DEF